|
|
Beatrix Potter
Eenzame jeugd
Beatrix Potter verloor zich tijdens haar jeugd in een fantasiewereld. Ze werd
in 1866 geboren als eerste kind van welgestelde ouders; haar vader was advocaat.
Beatrix’ jeugd kenmerkt zich door eenzaamheid. Ze woont met haar ouders
in een statig huis in het Londense Kensington. Ze wordt opgevoed door gouvernante
Annie Carter die bij haar blijft Beatrix 19 jaar oud is. De kleine Beatrix
gaat niet naar school maar krijgt thuis les in een speciale leskamer. Haar
enige broertje Bertram is zes jaar jonger, maar toch is hij haar beste vriend.
Samen met hem verandert ze de kinderkamer in een soort dierentuin. Er wonen
konijnen, muizen en hagedissen. Zelfs een kikker, een schildpad en een slang.
De hagedis heet Judy. Beatrix en Bertram doen allerlei experimenten met de
dieren. Beatrix observeert de dieren nauwkeurig en ontdekt dat ze een talent
voor tekenen heeft. De dierenvrienden staan vanaf dat moment model voor haar
tekeningen.
Tijdens vakanties logeren Beatrix en Bertram op het landgoed van hun grootmoeder.
Ze maken kennis met de vrijheid die het platteland biedt. Gedurende de zomermaanden
ontvluchten de Potters de stad. Het gezelschap inclusief bedienden reist per
trein af naar Schotland. De dieren reizen mee in speciale dozen.
In Schotland voelt Beatrix zich erg op haar gemak. Ze ontdekt een nieuw sprookjesland
vol wilde bloemen, paddestoelen, bomen, beekjes en dieren. Hier bekwaamt ze
zich verder in het tekenen van planten en dieren.
Een ziek jongetje
Als
Beatrix 16 jaar oud is huurt haar vader een indrukwekkend kasteel in het Lake
District, Wray Castle. Ze is dol op het landschap en in haar geheime dagboek
verklaart ze dat ze hier ooit wil wonen. Ze vermeldt ook dat ze kunstenares
wil worden. Maar dat is niet eenvoudig in het Victoriaanse Engeland van die
dagen. Een meisje van welgestelde ouders hoort niet te werken en dient in
het ouderlijk huis te blijven wonen tot ze trouwt. Voor zichzelf gaat Beatrix
door met tekenen. Ze correspondeert met het zieke zoontje van haar voormalig
gouvernante en schrijft: 'Lieve Noël, ik weet niet wat ik schrijven zal,
dus vertel ik je een verhaal over vier kleine konijntjes, over Flopsy, Mopsy,
Cottontail en Peter'. Dat is de aanzet tot de zo fel begeerde carrière...
Aangemoedigd door vrienden besluit Beatrix acht jaar later
de brieven in boekvorm uit te geven. Op dat moment wil geen uitgever het boekje
hebben en Beatrix laat het in eigen beheer drukken. Het wordt een groot succes
en is de voorloper van de later zo bekende kleine blauwe boekjes. In 1902
(Beatrix is dan 36 jaar oud) wordt 'The Tale of Peter Rabbit' in kleur uitgegeven
door uitgever Frederick Warne. Het wordt een hit. Het ene na het andere boekje
verschijnt en ook privé zit het haar mee. Ze koopt in het geliefde
Lake District, in Sawrey, de zeventiende-eeuwse boerderij Hill Top Farm. En
ze wordt ten huwelijk gevraagd door Norman Warne, een zoon van de uitgever.
Boerin Heelis
Het komt nooit tot een huwelijk want Norman overlijdt aan de gevolgen van
een bloedziekte, waarop de schrijfster zich terug trekt op Hill Top Farm.
Haar omgeving neemt haar dat niet in dank af; het past niet dat een vrouw
zelfstandig woont, ook al is ze bijna 40. Maar Beatrix put troost uit haar
leven op het platteland en ze moderniseert de zeventiende-eeuwse boerderij.
Binnen twee jaar heeft ze meer dan dertig schapen, tien koeien, veertien varkens
en een schare eenden en kippen. De kunstenares loopt in boerenkleding en het
plattelandsleven bevalt zo goed dat ze besluit een tweede boerderij te kopen:
Castle Cottage, eveneens in Sawrey. De notarispraktijk van W.H. Heelis &
Son regelt de overdracht en Beatrix sluit vriendschap met de jongste zoon
William Heelis. In 1912, op 47-jarige leeftijd wordt Beatrix Potter mrs. Beatrix
Heelis.
Samen met haar echtgenoot William neemt Beatrix een belangrijke plaats in
het sociale leven in. Mevrouw Heelis koopt aanzienlijke kavels grond die ze
als natuurschoon beheert en beschermt. Ze speelt een bepalende rol in de National
Trust. Na een veelbewogen geëmancipeerd leven overlijdt ze in 1943, 76
jaar oude. Ze vermaakt al haar landgoederen, inmiddels veertien in totaal,
en ruim zestienhonderd hectare grond aan de National Trust.
De wasserij
The World of Beatrix Potter Attraction dateert uit 1991 toen de voormalige
wasserij van Bowness-on-Windermere is gerestaureerd na jarenlang als bootloods
dienst te hebben gedaan. De Old Laundry biedt nu een gerieflijk onderkomen
aan de tentoonstelling over de bekende schrijfster/schilderes. De wereld van
Beatrix Potter is uitgevoerd door designers, kunstenaars en technici die hun
sporen hebben verdiend bij het National Theater en de Royal Shakespeare Company.
Het zijn topmensen die met hart en ziel hebben gewerkt aan de artificiële
wereld waarin de dieren kleren dragen en menselijke karaktertrekjes vertonen.
De tentoonstelling is indrukwekkend vanwege de dikwijls manshoge modellen
en de punctuele uitvoering. Zo zijn de huiden van de dieren vervaardigd uit
synthetisch bont dat een speciale bewerking onderging om de vacht van echte
dieren zo dicht mogelijk te benaderen. De kleding is door modeontwerpers uitgevoerd
in ouderwets Engelse stoffen. En vooral aan de kleuren is veel aandacht besteed.
Beatrix Potter schilderde met waterverf om zachte en pasteltinten de boventoon
te laten voeren. Om een zelfde effect op de tentoonstelling te bereiken is
er eerst een witte verflaag op het decor aangebracht die daarna over geschilderd
is met natuurlijke tinten. Zelfs de bloemen, de bomen en het gras hebben deze
bewerking ondergaan. Met als resultaat dat alles eruit ziet zoals Beatrix
Potter het heeft bedoeld.
In Nederland worden de boeken van Beatrix Potter in Nederlandse
vertaling uitgegeven bij uitgeverij Ploegsma. Er is een serie kleine blauwe
gebonden deeltjes naar het concept van de schrijfster. Daarnaast is er een
prachtige bundel getiteld ‘Alle verhalen van Beatrix Potter’ en
er is een aantal klap-open boeken.
Informatie over The World of Beatrix Potter Attraction
zie dagrecreatie en www.hop-skip-jump.com
[Terug]
Devon in ban van Agatha Christie jaar
In 2006 was het dertig jaar geleden dat de Queen of Crime,
Agatha Christie overleed. Het jaar werd dan ook uitgeroepen tot Agatha
Christie Jaar. Maar nog altijd is Torquay het centrum voor Christie liefhebbers
en kunt u in het plaatselijk museum terecht voor informatie en de z.g.
Agatha Christie Mile, een leuke wandelroute langs bekende en belangrijke
plaatsen die in haar boeken een rol speelden.
Dame
Agatha Christie, geboren in 1890 als Agatha Miller, en getogen in de badplaats
Torquay aan de Engelse Riviera, schreef maar liefst 80 detectives en ruim
100 korte spannende verhalen. Ze is de geestelijk moeder van legendarische
karakters als het vriendelijke, maar vlijmscherpe oude dametje Miss Marple
en de bourgondische Belgische speurneus Hercule Poirot. Veel van de bestsellers,
die in meer dan 100 talen werden vertaald, ontsprongen aan haar brein
in haar geliefde Devon. Ze vond inspiratie in de elegante 19e eeuwse hotels
met hun exotische palmentuinen en mondaine bezoekers. Maar ook de vele
Victoriaanse Courts en Manoirs (landhuizen) die het graafschap rijk is,
en hun teruggetrokken levende aristocratische bewoners prikkelden haar
fantasie.
The Agatha Christie Trial
Locaties die een hoofdrol spelen in haar boeken, zoals Hotel Imperial waar
Miss Marple het mysterie van de Sleeping Murder oploste, en Burgh Island Hotel
waar Christie haar Tien kleine negertjes schreef, zijn opgenomen in de Agatha
Christie Trial. Maar ook Elberry Cove – de rotsachtige baai waar Sir
Carmichael Clark zijn vroegtijdige dood vond in The ABC Murders – en
The Pavilion waar Agatha tijdens een Wagnerconcert haar eerste man, kolonel
Archibald Christie, leerde kennen. En Torquay Townhall die in de eerste wereldoorlog
dienst deed als Rode Kruis ziekenhuis, waar Agatha als verpleegster veel bruikbare
kennis opdeed over allerlei soorten vergif. En niet te vergeten de nog immer
pendelende stoomtrein tussen Paignton en Kingswear, waarmee niet alleen Agatha
reisde, maar ook haar literaire creaties Hercule Poirot en zijn vriend Captain
Hastings in de ABC Murders en Dead Mans Folley.
Een toeristisch literaire wandeltocht (the Agatha Christie Mile) is opgenomen
in een kleurrijke brochure en start bij het Torquay Museum, waar een tentoonstelling
is gewijd aan het leven en werken van de schrijfster. In de stad markeren
plaquettes met de Agatha’s beeltenis de vele plaatsen van literaire
betekenis.
Informatie op internet:
www.cornwall-devon.nl; www.agathachristie.nl;
www.agathachristie.com
Bronkhorst en Dickens
Wat
hebben Bronkhorst en Dickens met elkaar gemeen? We vragen het dr. Sjef de
Jong, directeur en oprichter van het Dickens museum in Bronkhorst.
Het is een lang verhaal en alles draait hierbij om koster Gabriël die
in de 19de eeuw in Bronkhorst woonde. Niet dat hij de koster persoonlijk kende,
Dickens is zelf nooit in Bronkhorst geweest maar hij moet absoluut op de hoogte
geweest zijn van het verhaal dat over deze koster bekend was. Zelfs de naam
van de bekende sprookjesschrijver Andersson duikt hierbij op, sterker Dickens
en Andersson waren goed bevriend en waarschijnlijk heeft Dickens het verhaal
van de koster van hem gehoord.
Gabriël Grub
Koster/doodgraver Gabriël is een onaangenaam, chagrijnig mens. Op kerstavond
1836 gaat hij in alle eenzaamheid een graf graven onder het genot van de nodige
glazen jenever. Op weg naar het kerkhof snauwt hij iedereen af die hij tegenkomt.
Echt plezier krijgt hij pas als hij een jongen die een kerstliedje zingt,
een mep met zijn lantaarn kan geven. Terwijl de dorpsbevolking in de kerk
bij elkaar is en kerstliederen zingt, delft Gabriël een graf en zingt
vrolijk een dodenlied.
“mooi huisje voor één,
een paar voet grond, waar het leven verdween,
een steen bij je hoofd, een steen bij je voet,
een maal voor de wormen in overvloed,
dor gras erop, kil zand in het rond,
jij je mooie huisje, in heilige grond!”
Dan hoort hij een stem en er verschijnt een kabouterachtig wezen. Deze laat
Gabriël in wolken taferelen zien van veel ellende. Een tafereel van een
ernstig ziek jongetje grijpt Gabriël aan. Hij blijkt toch gevoel te hebben.
Hij komt tot inkeer en verdwijnt. De bevolking vindt een dag later de jeneverfles
bij het graf en allerlei theorieën over de verdwijning van de Gabriël
doen de ronde. Geen van deze blijken later te kloppen want een aantal jaren
later komt in het stadje een oude jichtige man wonen die koster Gabriël
blijkt te zijn. Hij wordt uitgelachen omdat hij zegt dat hij zich bekeerd
heeft. Dat deert hem niet, hij leefde nog gelukkig.
De Christmas Carol verscheen in 1843. Dickens heeft waarschijnlijk koster
Gabriël als Scrooge latten terugkeren. Er zijn veel overeenkomsten in
de verhalen.
[Terug]
Dickens Museum Bronkhorst
  
Aan het einde van de vorige eeuw besloten Sjef en Alie
de Jong zich in het kleinste stadje van Nederland, Bronkhorst te vestigen.
In 1987 kochten zij een authentieke stadsboerderij waar zij een lang gekoesterde
wens in vervulling zagen gaan, het inrichten en exploiteren van een museum,
geheel gewijd aan de grote Engelse schrijver Charles Dickens. Tegen het decor
van het uit de 16e eeuw daterende stadje opende Sjef en Alie de Jong in 1988
het Dickens Museum. Wat in dat jaar begon met een kleine verzameling boeken
en curiosa is uitgegroeid tot een schitterend museum, een rariteiten winkeltje
en een sfeervol theater. In dit theater zet Sjef met regelmaat de personages
neer die in de fantasie van Dickens een grote rol speelden.
Sinds de opening in 1988 groeide het museum stapsgewijs, mede door de aankoop
van diverse zeer bijzondere attributen. In 1989 werd de collectie porseleinen
‘scenes’ met Dickens taferelen verworven in de ‘Old Curiosity
Shop’ in Londen.
In 1990 wist Sjef de Jong de originele wandelstok van Charles Dickens aan
te kopen via een veiling op Shotheby. In de jaren 2002 en 2004 werden de poppencollecties
van het grote Dickens Museum in Rochester aangekocht. Helaas moest dit unieke
museum in Engeland haar deuren sluiten. Met deze aankoop verhuisden 35 opvallende
levensgrote poppen van Rochester naar Bronkhorst. Deze poppen staan in een
permanente expositie op de eerste etage van het museum. In 2004 werd een klein
intiem theater aan het museum toegevoegd waarin regelmatig voorstellingen
worden gegeven.
Info:
Open: vanaf Pasen tot eind oktober, dagelijks van 10.00 tot 17.00 uur. Daarna
alleen in de weekeinden of op afspraak. Tevens is het museum een week voor
de kerst geopend. De entree bedraagt 2,50 euro.
www.dickensmuseum.nl Afspraken kunnen worden gemaakt via telnummer: 0575-451623.
Onderstraat 2, 7226 LD Bronkhorst
[Terug]
Dickens Festival
Sinds eind van de vorige eeuw is Bronkhorst in de week
voor de kerst het toneel van het jaarlijks terugkerende Dickens Festival.
Sjef de Jong verzorgt in die week extra optredens als Scrooge. In authentieke
19e eeuwse kledij gestoken personages bevolken de straten van het kleinste
stadje van Nederland, Bronkhorst. In de pittoreske straatjes is een kleine,
maar sfeervolle kerstmarkt. In de nabij gelegen kapel wordt traditioneel een
poppenkastvoorstelling gegeven van de ‘Christmas Carol’.
[Terug]
The Old Curiosity Shop
De rariteitenwinkel in het Dickens Museum is genoemd naar
het gelijknamige boek ‘The Old Curiosity Shop’. In dit unieke
winkeltje vindt u een uitgebreide collectie kaarten, gebruiksvoorwerpen, CD’s,
souvenirs, poppen en geschenken. In Bronkhorst zijn vele souvenirs uit de
wereld van Charles Dickens tastbaar en te koop.
Sjef en Alie de Jong reizen regelmatig naar Engeland om daar bijzondere voorwerpen,
boeken en kaarten in te kopen. Hiervoor worden soms speciale veilingen bezocht
waar het bevlogen Dickens’ echtpaar unieke voorwerpen, boeken en kaarten
hopen te vinden.
[Terug]
Wie is wie in de wereld van Charles Dickens?
Charles Dickens leefde van 1812 tot 1870 en is de bekendste
en invloedrijkste Engelse schrijver uit de 19e eeuw. De sprookjesachtige wereld
die Dickens beschreef was vooral de wereld van zijn vroegste jeugd. Het Dickens
festijn is dé gelegenheid om een groot aantal hoofdpersonen en bijpersonen
uit de boeken van Dickens te ontmoeten.
De Victoriaanse tijd, genoemd naar Queen Victoria (die óók aanwezig
is op het Dickens Festijn), is een tijd van rijkdom maar ook van grote armoede.
Er lopen weeskinderen rond, kastanjeverkopers, schoorsteenvegers, gekken,
zwervers en dronkaards. Maar gelukkig ook kantoorklerken, oude en jonge vrijsters,
christmas carol singers, deftige notabelen en de bekende figuren uit de boeken
van Dickens.
Het overzicht ‘wie is wie in de wereld van Charles Dickens’ is
samengesteld door Ojon van Strijland.
CHRISTMAS CAROL
- Een Kerstvertelling
Op kerstavond komt Ebenezer Scrooge thuis en ziet de geest
van zijn overleden compagnon Jacob Marley. Deze Marley kondigt drie Kerstgeesten
aan, die van het Verleden, het Heden en de Toekomst. Scrooge wordt meegevoerd
door de Geesten en als hij alle beelden goed tot zich laat doordringen, komt
hij tot het besef dat hij moet veranderen. En op kerstdag is Scrooge een ander
mens!
Ebenezer Scrooge is één van de bekendste creaties van Dickens.
Scrooge is gierig, altijd onvriendelijk en is nooit aardig tegen mensen. Overal
waar hij verschijnt daalt de feestvreugde, zelfs met Kerstmis! Hij vindt alles
maar onzin, vooral liefdadigheid. Zijn bekendste uitspraak is HUMBUG! (onzin).
Jacob Marley is de (dode) compagnon van Scrooge. Marley laat als geest weten
dat Scrooge zijn leven moet beteren om niet net als Marley te eindigen als
geketende geest. Als U de klok hoort luiden, ga dan op het geluid af. U ziet
dan de geest van Jacob Marley.
Ghosts of Christmas Past, Present & Yet To Come. De Geest van Voorbije
Kersttijden komt het eerst op bezoek, dan de Geest van het Tegenwoordige Kerstfeest,
maar de Geest van de Toekomst boezemt Scrooge pas echt angst in.
Tiny Tim (Kleine Tim) is de kreupele zoon van Mr. Bob Cratchitt, een arme
klerk op het kantoor van Scrooge. Tim is ziekelijk en in de droom van de derde
Geest is Tiny Tim dan ook dood. Gestorven omdat zijn ouders geen geld hadden
om eten te kopen en kolen voor de verwarming. Soms zie je Tiny Tim zitten
op de schouder van zijn vader, niet om van het uitzicht te genieten, maar
omdat hij geen energie meer heeft om verder te strompelen!
Tiny Tim sluit het verhaal met de legendarische woorden: God bless us, every
one! (God zegene ons, ieder van ons!)
DAVID COPPERFIELD
Het verhaal gaat over de lange weg die David af moet leggen om uiteindelijk
tot de conclusie te komen dat het een harde leerschool was en dat zijn geluk
altijd voor het grijpen heeft gelegen.
David Copperfield is de hoofdpersoon van het verhaal.
David is een jongen die het allemaal nog niet weet en zich erg laat leiden
door andere, sterkere persoonlijkheden.
Door een harde leerschool ontwikkelt hij toch een goed karakter.
Betsy Trotwood is de oud-tante van David Copperfield, een lange statige dame.
Toen David werd geboren was ze zo verbijsterd dat ze voor lange tijd uit zijn
leven is verdwenen. Later gaat ze zich toch steeds meer met de opvoeding bemoeien.
Uriah Heep is de hulp en later de partner van Wickfield. Uriah is een hypocriet,
een geslepen en achterdochtige man. Hij draait de situatie zo dat hij trouwt
met Agnes, de dochter van Wickfield. Uriah plukt de arme en oude Wickfield
helemaal kaal, wordt ontmaskerd door Micawber en gaat naar de Nieuwe Wereld
(Australië) als gevangene.
Micawber is voor enige tijd huisbaas van David Copperfield, de goedheid zelve,
maar met een gat in zijn hand. Optimistisch gaat hij van de ene baan naar
de andere. Bijna dreigt hij (en zijn grote, gezellige familie) ten onder te
gaan aan de vele schulden, als hij Uriah Heep ontmaskert. Zijn schulden worden
betaald en Micawber en zijn familie gaan naar Australië, waar ze gerespecteerde
en graag geziene inwoners van Middlebay worden.
Peggotty is dienstbode en kindermeisje bij Copperfield. Na het overlijden
van David's moeder trouwt Peggotty met Barkis. Zij blijft altijd een belangrijke
rol spelen in het leven van David Copperfield
DE LOTGEVALLEN VAN OLIVER TWIST
Het boek Oliver Twist is een aaneenschakeling van ellende en narigheid, die
tegen het eind plaats maakt voor hoop op een betere toekomst.
Oliver Twist wordt geboren in een werkhuis, zijn moeder is een onbekende zwerfster
en sterft bij zijn geboorte, zijn vader is dan al dood. Oliver groeit op in
het werkhuis, hij wordt weggestuurd omdat hij om meer eten durft te vragen.
Dan wordt hij de ongelukkige leerling van een doodgraver en komt uiteindelijk
terecht in Londen in een milieu van zakkenrollers, dieven en helers. Na vele
avonturen wordt Oliver opgespoord door iemand die meer weet van zijn afkomst.
Het kwaad wordt gestraft en, eind goed al goed, Oliver wordt geadopteerd door
de sympathieke en welgestelde Mr. Brownlow. Oliver en zijn vrienden komt U
tegen, terwijl zij liedjes zingen uit de musical Oliver. Pas op uw tassen
en zakken, het blijven dieven!
Fagin is het hoofd van de bende waar Oliver in terechtkomt, een heler en aanstoker
van vele misdaden in het Victoriaanse Londen. Fagin heeft een echt boeven-uiterlijk,
gemeen en sluw.
Jack Dawkins (bijnaam ‘Artful Dodger’) is één van
de meestbelovende dieven uit de bende van Fagin. Hij bracht Oliver bij de
bende en is op zijn manier een vriend voor Oliver. Hij wordt opgepakt en verbannen
naar de Nieuwe Wereld (Australië, waar veel dieven en moordenaars naar
toe gingen.).
Bill Sikes is een beroepsdief, een jongere versie van Fagin. Hij komt slecht
aan zijn eind als hij door de politie achterna wordt gezeten.
Nancy is ook lid van Fagin’s dievenclub en de vriendin van Bill. Nancy
probeert Oliver te helpen ontsnappen, maar Fagin steekt daar een stokje voor
en laat haar vermoorden door Bill Sikes.
Mr. Bumble is de ‘Vader’ van het werkhuis. Een strenge, gemene
man, die zichzelf heel rechtvaardig vindt.
Mrs. Bumble is de ‘Moeder’ van het werkhuis en net als haar man
een gemeen mens.
Sowerberry, de doodgraver is de leermeester van Oliver. Hij is de kwaadste
niet, maar na een gevecht tussen Oliver en een andere knecht moet Oliver toch
de deur uit.
GREAT EXPECTATIONS
Pip geeft als jongen op een dag eten aan de ontsnapte gevangene Magwitch,
die later zijn weldoener wordt. Pip gaat er van uit dat zijn weldoener een
rijke vrouw uit de omgeving is, Miss Havisham. Pip wordt verliefd op de arrogante
Estelle, het aangenomen kind van Miss Havisham, Estelle vindt Pip te min.
Als jonge man, van wie heel veel wordt verwacht, gaat Pip naar Londen, hij
studeert en komt terecht in een heel andere wereld. Magwitch komt met gevaar
voor eigen leven terug naar Engeland om Pip op te zoeken, hij heeft zijn fortuin
gemaakt in de Nieuwe Wereld. Als Pip er achter komt dat Magwitch zijn weldoener
is, doet hij er alles aan om Magwitch uit de handen van de politie te houden.
Pip probeert Magwitch het land uit te smokkelen, maar zijn plan mislukt en
Magwitch overlijdt in een ziekenhuis. Pip, berooid en niet langer iemand van
hoge verwachtingen, gaat terug naar huis en moet werken voor zijn geld. Later
ontmoet hij Estelle weer, die dan weduwe is. Estelle kan eindelijk toegeven
dat ze veel om Pip geeft.
Miss Havisham is een rijke excentrieke oude dame die ooit op het punt stond
te trouwen. Op haar trouwdag kwam ze erachter dat het huwelijk niet doorging,
de bruidegom zag er vanaf. Vanaf dat moment slijt ze haar dagen in haar bruidsjurk
en adopteert meisjes die ze leert de harten van jongens te breken. Pip ziet
ze als één van haar slachtoffers. Miss Havisham zit daar maar
tussen al haar zilver: verbitterd en ongelukkig.
Abel Magwitch is de ontsnapte gevangene die in Australië terechtkomt
en daar een fortuin verdient. Hij is ongelukkig omdat hij rouwt om het verlies
van zijn dochter.
Hij probeert zijn leven te beteren door Pip te ondersteunen als weldoener.
Pip komt er achter dat Estelle de verloren gewaande dochter van Magwitch is.
NICOLAS NICKLEBY
Nicolas Nickleby is arm, wat wereldvreemd, maar met een goed karakter. Zijn
zuster Kate is een wauwelende en beetje dwaze moeder. Verder nog een sluwe
oom en een wrede eigenaar van een jongens werkhuis. Het verhaal gaat over
recht en vooral onrecht. Na de dood van haar man neemt Mrs. Nickleby haar
kinderen mee naar Londen om daar een beroep te doen op de goedheid van haar
zwager Ralph Nickleby. Nicolas wordt als assistent naar een jongenshuis gestuurd
en Kate komt op het naaiatelier terecht van Mrs. Mantalini. Het jongenshuis
waar Nicolas terechtkomt was er één waar jongens naar toe gingen
als ze ongewenst waren, niet welkom waren in de familie en waar niets geleerd
werd. Ze raakten ondervoed, en werden ook vaak mishandeld. Dickens wilde deze
praktijken met deze roman aanpakken (wat ook lukte, deze jongenshuizen werden
verboden). Nicolas beleeft vele avonturen en aan het eind van het verhaal
trouwt hij.
Mr and Mrs Alfred Mantalini. Mr Mantalini heet eigenlijk Muntle, een schurk
met een vlotte babbel. Hij verandert zijn naam in Mantalini omdat dat deftiger
klinkt. Hij geeft veel geld uit, geld dat hij met mooie praatjes van zijn
vrouw lospeutert, totdat er niets meer over is en hij in de gevangenis terechtkomt.
Mrs. Mantalini is een ijdele, wat oudere vrouw. Als werkgeefster van het naaiatelier
héél streng voor het personeel, maar als getrouwde vrouw te
zwak voor de mooie praatjes van haar man. Het echtpaar valt in handen van
Ralph Nickleby, de sluwe oom van Nicolas. Berooid en verbitterd over de daden
van haar man, verkoopt ze het atelier aan Kate.
Mrs. Petowker is een actrice zonder talent, al denkt zij daar zelf héél
anders over. Een ‘vriendin’ van Mrs. Kenwigs en getrouwd (geweest)
met Lillyvick, maar als zij hem al snel ‘zat’ wordt, loopt ze
bij hem weg.
Mrs. Kenwigs behoort tot de kleine burgerij van London en wordt gezien als
een best, braaf mens. Zij neemt Nicolas in dienst om haar drie oudste dochters
Frans te leren. Mrs. Kenwigs vindt drie glazen mout bier per dag bijna niet
voldoende om haar bij te staan in haar verdriet om het voorgenomen huwelijk
van haar oom Lillyvick met Henrietta Petowker. Uiteindelijk keert Oom terug
bij de familie en gaat zijn geld naar de kinderen van Kenwigs.
Aan één van de deuren in de straat hangt een handschoen. Het
was in de tijd van Dickens een teken van ‘de hoogste beschaving’
om de deurklopper toe te dekken met een handschoen, om aan te geven dat de
dame des huizes aan het bevallen was. Zó hoefde er niet over gesproken
te worden. Mrs. Kenwigs is namelijk aan het bevallen (van een zóón!).
LITTLE DORRIT
Vader Dorrit zit in de gevangenis vanwege schulden, de rest van de familie
woont er bij in (dat was normaal in die dagen)
Als blijkt dat de familie aanspraak kan maken op een oud familie kapitaal,
leven ze geruime tijd in een andere wereld.
Totdat het geld verkeerd beheerd wordt en er helemaal niets over blijft. Amy
(Little) Dorrit is de spil van de familie, zij ziet mensen veranderen door
het geld. Als al het geld op is trouwt zij met Arthur Clennam, een vriend
van de familie.
Amy (Little) Dorrit is de goedheid zelve, ze verzorgt niet alleen haar vader
in het gevang, ook draagt ze bij aan de opvoeding van haar broer en zus én
staat ze Clennam bij als hij in de gevangenis terechtkomt
Fanny Dorrit is de oudere zus van Amy. Fanny is verwaand, frivool en harteloos.
Dankzij de inspanning van Amy wordt Fanny ballerina. Als moeder deugt Fanny
ook niet, Amy mag haar verwaarloosde kinderen opvoeden.
Edward (of ''Tip'') Dorrit heeft als klein kind erg geleden onder het leven
in de gevangenis. Als er enig welvaren in de familie komt, kan hij er niet
mee omgaan. Als de familie weer aan de grond zit, verliest Edward zich geheel
in de drank.
William Dorrit is de vader van de familie. Hij zit 25 jaar in Marshalsea,
een gevangenis, omdat hij zijn schulden niet kan betalen (Dickens' vader zat
ook echt in deze gevangenis, ook vanwege schulden!). William is een man met
een vrij zwak karakter en zwak gestel. Als er enige rijkdom komt, in de vorm
van een erfenis, gedraagt William zich alsof hij veel meer bezit. Hij verlaat
de gevangenis in pracht en praal.
DE PICKWICK CLUB
Samuel Pickwick is de excentrieke, iets te dikke, goedgelovige maar zéér
sympathieke hoofdpersoon van dit verhaal. Pickwick beleeft zóveel avonturen
en ontmoet zóveel mensen, dat zijn leven vol onschuld langzaam een
leven vol wijsheden wordt.
Sam Weller is de trouwe (en wijze) bediende van Samuel Pickwick.
Mrs. Sarah Gamp is een personage uit het boek Martin Chuzzlewit. Zij is vroedvrouw/verpleegster,
voor wie de zorg voor zichzelf boven alles gaat. De mensen die haar in dienst
hebben genomen komen er vaak bekaaid af. Mrs Camp is een dikke vrouw met een
rode neus van de drank. Zij gedraagt zich als de hertogin van de vuilnisbelt.
De wijsheden die zij er uitkraamt zijn legendarisch, maar kloppen nooit! Bakerpraatjes!
‘’Wie is wie in de wereld van Charles Dickens’’
is samengesteld door Ojon van Strijland voor Antiquariaat Jos Wijnhoven.
Tijdens het Dickens Festijn heeft Antiquariaat Jos Wijnhoven een speciale
boekenstand (in de Golstraat)
met allerlei Dickens uitgaven.
Ook is daar de dvd van The Christmas Carol (Het Kerstverhaal) te koop.
Antiquariaat Jos Wijnhoven
Vleeshouwerstraat 7 - 7411 JN Deventer
0570-600096 - wijnhov@xs4all.nl - In- en verkoop van boeken
[Terug]
CHRISTMAS CAROLS in ROCHESTER
De oude bisschopsstad Rochester is bekend uit het werk
van de 19e eeuwse schrijver Charles Dickens. De engelse auteur (1812-1870)
zorgde met "a christmas carol" voor een kerstvertelling die –ná
de verhalen uit de bijbel–de bekendste vertelling ter wereld werd. In
het boek krijgt de grimmige vrek Scrooge op kerstnacht bezoek van drie geesten
die hem doen inzien dat hij een verkeerd leven leidt. De volgende morgen is
hij veranderd in een menslievende, gulle baas.
Rochester, een stadje met oude pubs, gezellige restaurantjes,
vakwerkgeveltjes en kleine antiekwinkels, blijkt elk jaargetijde de moeite
waard te zijn. De "muffins" en "pies" achter de etalageruiten
en de uithangborden met opschriften als "A Tale of Two Cities" en
"Mrs. Brumbles" erop brengen je vanzelf in de sfeer van Dickens'
werk. Bereidwillige gidsen (informeer bij het bezoekerscentrum aan de High
Street) wijzen je tijdens een stadswandeling op tal van herinneringen aan
de grote schrijver. Voor echte fans vormt het Charles Dickens Centre (eveneens
aan de High Street) wellicht het hoogtepunt van het bezoek aan Rochester.
Het is gevestigd in een karakteristiek zestiende eeuws huis. In de tuin staat
Dickens' waterput en het Zwitserse chalet dat hij in 1857 van vrienden kreeg
en waarin hij veel van zijn werk schreef.
[Terug]
Pride and Prejudice
Voor liefhebbers van Jane Austen’s Pride and Prejudice
is er nu de kans om de locaties te bezoeken waar de gelijknamige film is opgenomen,
nl in de Peak District & Derbyshire en Lincolnshire. Via de site kunt
u arrangementen boeken voor zowel hotels, B&B’s, Guest Houses als
self-catering mogelijkheden. U kunt dan een kijkje nemen in de statige huizen
en op andere filmlocaties.
http://www.visitprideandprejudice.com
[Terug]
SHAKESPEARE COMPLEET
Nieuws
voor Shakespeare-minnaars. The Royal Shakespeare Company heeft volgend jaar
het grootste festival in zijn historie. Elk toneelstuk, sonnet en gedicht
van de grote dramaturg wordt uitgevoerd in Stratford-upon-Avon, de plaats
waar Shakespeare werd geboren en begraven ligt. Al zijn 37 stukken worden
uitgevoerd door toneelgezelschappen uit de hele wereld. Het programma inclusief
de uitvoerenden zijn al bekend. Op www.rsccompleteworks.co.uk is er meer over
te lezen.
[Terug]
Leonardo Padura (interview)
Door Kim Moelands voor Crimezone - Vertaald door: Yvonne del Valle
Uitgeverij Elmar
Ik deed een poging Hemingway te imiteren...
Vivaldi
verwerkte de vier jaargetijden in een prachtige compositie. De Cubaanse auteur
Leonardo Padura weefde ze door een geweldig kwartet aan misdaadromans (The
four seasons). Elk boek speelt zich af in een ander seizoen van het jaar op
het Cuba van Fidel Castro. De serie wordt wereldwijd geroemd en uitgeverij
Elmar haalde Padura¹s kunststukje naar Nederland. Er zijn inmiddels drie
delen uit de serie in Nederland verschenen, Smetteloos verleden, Chaos van
gevoelens, en Maskers. Het zijn stuk voor stuk rasechte who-dunnits. Crimezone
interviewde Padura over zijn beroemde serie, de daarin voorkomende hoofdpersoon
en het leven op Cuba.
Leonardo Padura is Cuba’s meest geroemde en onderscheiden
auteur. Hij groeide net als zijn vader, grootvader en overgrootvader op in
de Havaanse wijk Mantilla. Hij studeerde Spaanse Taalkunde en ging aan de
slag als journalist en recensent. Het verlangen om schrijver te worden kwam
langzaam tot bloei, maar was zeker geen jeugdwens. “Voordat ik begon
met schrijven, leefde ik erg eenvoudig. Net als alle andere kinderen uit mijn
tijd had ik weinig materialistische dingen. Mijn kledingkast was overzichtelijk
leeg en de apparatuur om naar muziek te luisteren ontbrak. Toch was ik gelukkig
in die tijd. Ik had veel vrienden, speelde oneindig veel honkbal (mijn grote
passie) en was ook niet vies van een feestje. Ik was gek op het voeren van
goede gesprekken met ouderen en vrienden in mijn woonwijk. Voor de toekomst
had ik grote plannen met verschillende carrièrewensen. Beroepen als
architect, archeoloog en vooral honkbalspeler zag ik wel zitten. Het beroep
van auteur kwam niet in dat rijtje voor. Het was een zorgeloos leven waarbij
de enige verantwoordelijkheid die mijn ouders mij oplegden was, dat ik naar
school moest gaan en goed moest studeren om later in het leven te slagen”.
Padura luisterde naar zijn ouders en legde met goed gevolg zijn universitaire
studie af. In die tijd manifesteerde ook de wens om te schrijven zich steeds
duidelijker. “Ik wilde wedijveren met de collegae uit mijn groep die
het vak al uitoefenden. En ik besloot het er op te wagen. Vanaf het begin
probeerde ik verhalen te schrijven, geen poëzie. Ik deed een poging Hemingway
te imiteren. De woordenschat die ik had opgedaan als journalist en recensent
kwam daarbij goed van pas”.
Geolied
samenspel
Padura is een man die houdt van vaste werktijden. Alleen op die manier kan
hij zijn vak goed uitoefenen. Ik schrijf altijd 's ochtends, nooit 's middags
of 's avonds. Ik werk van half acht tot half een, met enkele onderbrekingen,
om koffie te drinken en een sigaretje te roken en dat zes dagen in de week.
Ik reserveer altijd één dag om andere dingen te doen. Tijdens
het schrijven wil ik dat het rustig is, geen muziek, geen lawaai. Ik werk
met een innerlijk ritme. Om de 40 minuten ga ik van mijn plaats, loop ik door
het huis, praat ik met mijn vrouw of met mijn honden Chorizo en Natalia. Chorizo
is een ernstig type en wij hebben het ook over serieuze zaken; Natalia is
een dankbare en gelukkige hond en met haar bespreek ik de vrolijke dingen.
Zeker is dat ik erg van schrijven houd, evenveel als ik vroeger van honkbal
hield.
Ondanks zijn behoefte aan een gestructureerd werkritme schrijft Padura zijn
verhalen meer uit de losse pols. Hij laat zich daarbij leiden door zijn hoofdpersoon.
“Als ik een verhaal begin te schrijven, heb ik alleen de inleiding van
het verhaal in mijn hoofd. Ik heb een idee over belangrijke gebeurtenissen
en vooral de belangrijke personages heb ik helder voor ogen. Zij bepalen door
hun handelingen en beslissingen vaak de weg van het verhaal. Zij laten de
intriges tot leven komen en zijn verantwoordelijk voor de aard van de feiten
die in het verhaal worden verteld. In mijn boeken van The four seasons speelt
bijvoorbeeld politieagent Mario Conde de hoofdrol. Hij is een personage met
psychologische karaktertrekken, gewoontes, vooroordelen, zeer duidelijke deugden
en ondeugden. Door middel van zijn levensstijl en zijn wereldbeeld, worden
alle gebeurtenissen in het verhaal uitgekristalliseerd. Bij geen van de delen
in deze serie wist ik van te voren wie de moordenaar was. Ik ontdekte dat
samen met Mario Conde, tijdens het schrijven. En dat maakt de eerst versie
van het verhaal erg grappig. Alles krijgt vorm van dag tot dag, in een goed
geolied samenspel tussen mijn hoofdpersonage en mijn eigen persoontje”.
Na het ontstaan van het eerste ruwe verhaal begint het”echte”
schrijven pas. “Soms heb ik van een verhaal wel eens tien versies gehad.
Ik ga de strijd aan met elk woord en blijf herschrijven totdat het verhaal
een juiste afspiegeling is van wat ik wil zeggen. Niet zelden vul ik het verhaal
aan met nieuwe ideeën tot ik helemaal tevreden ben. Een select clubje
mensen, waaronder mijn redacteur en een groepje lezersvrienden, helpt me daarbij”.
Bloed zweet en tranen
Schrijven is hard werken voor Padura: “Elke roman kost bloed zweet en
tranen, zeker in mijn geval omdat mijn boeken een afspiegeling zijn van de
Cubaanse samenleving. Ik moet al mijn ideeën ijken, alle feiten checken
en ieder woord wegen om in een artistieke stijl precies op te schrijven wat
ik wil zeggen. Ik denk dat de weergave van de Cubaanse samenleving op sociaal,
politiek en economisch gebied vrij dicht bij de werkelijkheid staat, rekening
houdend met het feit dat ik romans schrijf en geen wetenschappelijke of sociologische
essays. Daarnaast wil ik dat het boek ook interessant is voor mensen buiten
Cuba. Ik probeer de aandacht van mijn ezers te pakken door hun intelligentie
te prikkelen. Dit doe ik overigens zonder foefjes, raadsels en verborgen kaarten”.
Een goede typering van de karakters vindt Padura belangrijker dan de plot.
“Ik vind het heel belangrijk dat mijn karakters in staat zijn om levendigheid
en realiteit over te brengen. Mijn personages creëren het thema van het
verhaal en bepalen alle handelingen, de obsessies en de wensen. Soms moet
ik op”aanraden” van de hoofdpersoon de intrige zelfs veranderen”.
De vier boeken in The four seasons-reeks worden gedragen
door politieagent Mario Conde. “Tussen 1990 en 1991 besloot ik een verhaal
te schrijven over een politieke streber in een socialistisch land die perfect
lijkt, maar eigenlijk corrupt en opportunistisch is. Om dit delicate verhaal
in een land als Cuba te ontvouwen, had ik een speurder nodig die geloofwaardig
was als mens en tegelijkertijd naast veel goede eigenschappen ook absoluut
gebreken heeft. Zo kreeg Mario Conde vorm. Ik gaf hem de teugels in handen,
hij moest oordelen over de ebeurtenissen in het verhaal en het waarderen.
Aan het eind van het verhaal had ik een volwaardig personage die me erg aansprak
door zijn levensfilosofie, zijn ethiek. Het was echter helemaal niet de bedoeling
om hem ook in de andere boeken terug te laten komen. Conde was het daar niet
mee eens. Hij verscheen op een morgen aan mijn keukentafel waar ik genoot
van een kop koffie en een sigaret en hij zei: “Luister, als het eerste
verhaal zo goed ontvangen is, waarom schrijven we er dan niet meer samen?¹
Toen besloot ik hem maar te houden en werd hij ook de hoofdrolspeler van de
andere drie detectives in de serie”.
De vier jaargetijden
Pas toen Conde het tweede boek schreef van The Four seasons (Vientos de cuaresma,
nog niet verschenen in Nederland) kreeg hij het idee om de vier jaargetijden
te gebruiken voor de serie. Op dat moment waaide er een warme lentewind over
Cuba. Ik besloot deze vreselijke lentewinden te gebruiken om het klimaat en
de gebeurtenissen te beschrijven die een afspiegeling zijn van de werkelijkheid
van de Cubaanse samenleving. Ik dacht toen aan de vier jaargetijden en plaatste
Maskers op het warmste moment van de zomer en Chaos van gevoelens op het vreselijkste
moment van de Cubaanse herfst als een orkaan het eiland bereikt die symbool
staat voor de storm in Condes gedachtes. Een brute kracht die alles verandert
en Conde radicale keuzes laat maken ten aanzien van zijn leven. Het eerste
boek, Smetteloos verleden, speelt zich af tijdens de koude winter.
De
overeenkomsten en verschillen
Naast vier detectives schreef Padura ook nog twee romans met Conde in de hoofdrol.
Padura beschrijft zijn favoriete hoofdpersoon zelf als volgt: “Ik zou
zeggen dat Mario Conde een man is die weinig van het leven weet. Hij heeft
niet veel zekerheden en is een twijfelaar, maar hij vertrouwt wel op wat hij
zelf denkt dat essentieel is in het leven. Trouw, liefde, waarheid en vriendschap
heeft hij hoog in het vaandel staan. Zijn ideeën bevinden zich in het
politieke midden, maar eigenlijk houdt hij niet van politiek en politici.
Zijn leven is een chaos, hij drinkt rum als een boekanier en rookt als een
schoorsteen. Zijn liefdes ontglippen hem en hij blijft altijd weer alleen
achter. Hij is een intelligent, empathisch, nostalgisch en vooral een fatsoenlijk
mens. Zijn geheugen en vrienden zijn erg belangrijk voor hem, als persoon
maken zij hem compleet. Mario Conde is bovendien iemand van mijn generatie,
die opgroeide in een socialistisch land. En die net als wij dachten dat het
echte socialisme de toekomst van de mensheid was en het beste systeem van
alle mogelijke systemen. Uiteindelijk raakte Conde net als wij teleurgesteld
toen hij de vreselijke waarheden leerde kennen. Door deze desillusie acht
hij zichzelf niet meer in staat nog maar iets te geloven”.
Padura ziet veel van zichzelf terug in Mario Conde. “Er
is een intieme relatie tussen Conde en mijn persoon. Om te beginnen zal ik
zeggen dat we beiden in dezelfde wijk geboren zijn, in hetzelfde jaar. We
zijn dus van dezelfde oorsprong en van dezelfde generatie. Wij delen smaak
en respect voor goede literatuur, voor koffie, voor sigaretten, betonen respect
aan vriendschap en wij geloven dat het belangrijk is een goed mens te zijn,
zonder valse moraal. Dat betekent, dat je mensen geen schade berokkent en
een helpende hand biedt waar dat mogelijk is. Wij delen de nostalgie naar
het verleden, dat ons beter lijkt. Wij maken ons zorgen over de toekomst die
ons verontrustend lijkt en wij zien een”heden” dat ons niet erg
aanstaat. Toch zijn er ook duidelijke verschillen tussen hem en mij. Hij heeft
een buitengewone drang naar alcohol, die ik niet deel. Zijn liefdesleven is
een puinhoop terwijl ik al 26 jaar gelukkig ben met mijn vrouw Lucía”.
Zwaar gevecht
Het feit dat Padura¹s boeken ook in het buitenland vertaald zijn, was
in het Cuba van de jaren ¹70 nog ondenkbaar. “Deze jaren waren
zwaar. het was een tijdperk van grote orthodoxe, socialistische politiek.
Een tijdperk waarin vele schrijvers, kunstenaars en burgers op een zijspoor
geplaatst werden, vanwege hun religieuze achtergrond, hun sociale- en seksuele
voorkeur. De ruimte voor overleg en voor vrijheid werd drastisch ingeperkt
en dat was voor kunstenaars en schrijvers een ramp. Mijn generatie heeft veel
gevochten om deze artistieke, politieke concepten te veranderen. Later, in
de jaren ‘80 werd het regime langzaam iets soepeler. In de jaren 90
heerste er een algemene crisis in Cuba en die heeft, vreemd genoeg, uiteindelijk,
tot totale rust geleid. Er kwam ruimte voor tolerantie, overleg en voor kritiek.
Dit was heel belangrijk voor de Cubaanse cultuur en kunst. Intussen had de
regering op sociaal gebied een flexibelere houding aangenomen en veranderde
haar denkwijze ten opzichte van religie en homoseksualiteit. De kunstenaars,
van hun kant, hadden toen de mogelijkheid in vrijheid aan het werk te gaan.
Vandaag de dag hebben onze schrijvers de mogelijkheid hun publicaties in het
buitenland uit te brengen. Wij doen dat met totale onafhankelijkheid van de
staat en hebben alleen de verplichting onze belasting te betalen, zoals ieder
burger die deviezen int. Maar dat alles wil niet zeggen dat de relatie staat-kunstenaar
helemaal is veranderd. Cuba blijft een socialistisch land, de culturele industrie
is in handen van de staat, er bestaan verschillende censuur-niveaus (en vooral
zelfcensuur), maar nog altijd verschilt de hedendaagse Cubaanse kunst enorm
met die van 20 jaar terug. Er is veel gewonnen. Nu is er de mogelijkheid om
zowel kritisch als realistisch te zijn”.
Realistisch beeld
Padura ergert zich aan de manier waarop het buitenland naar Cuba kijkt. “Ik
zou graag willen dat Cuba niet alleen bekeken werd vanuit het extreme, zoals
het altijd beschreven wordt. De linkse romantiek ziet Cuba als een mogelijk
paradijs, terwijl de rechtse agressie het om verschillende redenen ziet als
de hel waarin 11 miljoen mensen worden verbrand. Maar Cuba is geen van beide,
het is geen hel en geen paradijs. Cuba is als een vagevuur, waar allerlei
soorten zielen rondlopen: zielen die naar de hemel gaan, anderen die zullen
afdalen om hun zonden eeuwig op te biechten, en weer anderen zonder doel die
daar altijd zullen blijven. Cuba is een land waar normale mensen wonen, die
proberen te leven en die graag normaal zouden willen leven. “Ik wil
dat men mij met rust laat”, zegt het refrein van een Latijns Amerikaans
lied (salsa) dat ik zo juist op de televisie heb beluisterd. Ik denk dat het
waar is, dat alle Cubanen hiernaar verlangen. We willen in vrede leven, zonder
veel historische verantwoordelijkheden, zonder erbij na te denken dat we het
middelpunt zijn van de wereld. Ik zou willen dat mensen Cuba zien als een
land met veel tegenstrijdigheden, met maatschappelijke successen en mislukkingen,
op zowel economisch als menselijk gebied. Ik wil dat ze naar mijn land kijken
terwijl ze in ogenschouw nemen dat er landen zijn die nog veel tegenstrijdiger
zijn dan Cuba. Is dat mogelijk?”
[Terug]
|

|